‘Viktor Vavitsj’: de eerste Russische revolutie door de ogen van Boris Zjitkov

tumblr_inline_pdtx4ui5sR1s0xvfa_540

Na de spreekwoordelijke twaalf stielen en dertien ongelukken zette de Russische ingenieur, zoöloog, stuurman en scheepsbouwer Boris Zjitkov (1882-1938) zich aan het schrijven. Vanaf de jaren 20 van de vorige eeuw maakte hij in de eerste plaats naam als jeugdschrijver. Zijn kinderboeken verschenen in grote oplages en waren ontzettend populair. In de meer dan 50 titels van zijn hand, met op kop de klassieker Wat ik heb gezien, vormen herinneringen en indrukken uit zijn eigen kindertijd de bron voor zijn levenslustige verhalen. Ook voor zijn enige roman Viktor Vavitsj putte Zjitkov rijkelijk uit zijn eigen ervaringen. Voorstander van het eerste uur Boris Pasternak roemde Zjitkovs roman als het beste wat ooit over de revolutie van 1905 geschreven werd. Door de grillen van het lot, maar vooral door de inmenging van de nieuwe Sovjetmachthebbers zou het boek uiteindelijk pas in 1999 in Rusland verschijnen. We hebben er lang op moeten wachten, maar Zjitkovs meesterwerk is nu ook beschikbaar in een uitstekende Nederlandse vertaling.  

Boris Zjitkov en Odessa

In 1882 zag Boris Zjitkov het levenslicht bij Novgorod. Hij groeide op in een joods liberaal gezin als zoon van een wiskundeleraar en een pianiste. In 1890 verhuist het gezin naar de kosmopolitische havenstad Odessa, aan de Zwarte Zee, in die tijd na Moskou en Sint-Petersburg de derde stad van Rusland. Van kindsbeen af heeft Zjitkov voeling met de kunsten: hij speelt viool, schrijft gedichten en experimenteert met fotografie en film. Maar hij is bovenal sterk aangetrokken door de zee en avontuur. Na zijn studies wiskunde en natuurwetenschappen legde hij dan ook zijn examen af als stuurman, een vrijbrief die hem in staat stelde vele overzeese reizen te maken.

In 1905, het jaar waarin Viktor Vavitsj speelt, staat Rusland in rep en roer. Onder andere door een grote nederlaag in de Russisch-Japanse oorlog en een groeiend ongenoegen met het onstabiele bewind, ligt het tsarendom meer en meer onder vuur. De roep tot revolutie klinkt luider en luider: arbeiders staken, studenten houden protestbijeenkomsten, de post werkt niet meer, de straatlantaarns branden niet, er zijn hier en daar relletjes, mensen verdwijnen en pogroms worden georganiseerd. Op 9 januari barst de hel los: tsaristische troepen schieten op betogende burgers voor het Winterpaleis in Sint-Petersburg. Er vielen meer dan duizend doden. Die dag ging dan ook de geschiedenis in als ‘Bloedige Zondag’. Het was het woeste begin van een lange reeks confrontaties tussen aanhangers van het tsarenbewind en radicale revolutionairen. Tegelijkertijd heerste er een sterke anti-joodse stemming, met als triest hoogtepunt de pogrom in Odessa op 19 oktober. Om hun trouw aan de tsaar en hun afkeer voor joden tot uitdrukking te brengen, organiseerden ultranationalistische groeperingen patriottische marsen, geschandvlekt door gruwelijk geweld tegen alles wat joods was. Zjitkov beleefde deze verschrikkingen vanop de eerste rij. Afgaand op enkele van de meest intense passages in zijn roman, moeten ze een enorme indruk op hem  hebben gemaakt.

Vavitsj en de revolutie

Ruim twintig jaar na de feiten begint Zjitkov aan de verwerking van deze verschrikkelijke gebeurtenissen in een roman, de enige die hij zou schrijven. Van 1929 tot 1934, tussen enkele kinderboeken door, werkt hij onverdroten aan Viktor Vavitsj. Juist in de periode dus dat de ideologie van de nieuwe Sovjetmachthebbers werkelijk alle echelons van het leven bepaalde. Zo diende iedere vorm van literatuur de principes van het ‘socialistisch realisme’ te respecteren: fictie moest in dienst staan van het socialisme en een positieve als het ware exemplarische volksheld opvoeren. Zjitkovs roman voldeed allesbehalve  aan deze dwingende voorwaarden, maar zelf zag hij er geen graten in delen van zijn roman openbaar te maken.  Zo laat hij het boek in manuscript lezen aan verschillende vrienden, waaronder een enthousiaste Boris Pasternak, en tweederde ervan verschijnt in een tijdschrift. Het is pas in 1941, drie jaar na zijn dood en het jaar waarin de Sovjet-Unie in de Tweede Wereldoorlog stapt, dat Zjitkovs roman in zijn geheel gepubliceerd wordt. De inkt van de 10.000 exemplaren die in Moskou van de persen rolden, is nog niet droog of het boek wordt al meteen verboden. Ondanks onmiskenbare esthetische kwaliteiten schiet het boek volgens de autoriteiten in ideologisch opzicht ernstig tekort. Alle exemplaren worden terstond in beslag genomen en vernietigd. Althans dat dacht men, want een bijdehandse medewerker van de drukkerij slaagt erin enkele ervan clandestien buiten te smokkelen. Uiteindelijk belandt een uitgave bij Lidia Tsjoekovskaja, zelf een gevierde schrijfster en dochter van de auteur Kornej Tsjoekovski, een oude klasgenoot en vriend van Zjitkov. Dankzij haar inspanningen verschijnt er uiteindelijk in 1999 een Russische uitgave, met onder andere een Franse en Duitse vertaling en veel bijval van de literaire kritiek als gevolg. Ruim 65 jaar nadat Zjitkov het boek afwerkte, vindt Viktor Vavitsj eindelijk zijn lezerspubliek.

Twee families

Zoals het hoort in een grote Russische roman, laat Zjitkov de geschiedenis herleven door zich te concentreren op de lotgevallen van enkele families. In 155 scènes van telkens enkele bladzijden voert hij een vijftiental personages op, stuk voor stuk meegezogen in de maalstroom van de revolutie. Zjitkov verbeeldt de vernietigende impact van deze buitengewone gebeurtenissen op hun dagelijkse bestaan in een duizelingwekkende, naar de keel grijpende mozaïek.

We maken enerzijds kennis met de familie Tiktin, met aan het hoofd de gegoede bankdirecteur Andrej Stepanovitsj, wiens kinderen Nadjenka en Sanka de kant van het proletariaat kiezen en anderzijds de arbeidersfamilie Vavitsj, waarvan de oudste zoon, Viktor, de kant van de repressie kiest door zich aan te sluiten bij de politie. Deze Viktor, waaraan de roman zijn titel ontleent, is een antiheld bij uitstek. Hij is een onopvallende, niet bijster intelligente noch getalenteerde jongeman die gekweld door een enorm minderwaardigheidscomplex ervan droomt om in een militair uniform te kunnen rondlopen. Hij dient uiteindelijk genoegen te nemen met een inferieure post bij de politie, waar hij zich ontpopt tot een virulente antisemiet en een sadistische arrivist, die op de koop toe een affaire heeft met de vrouw van zijn baas. Eerlijk gezegd, het is begrijpelijk dat met een dergelijk duistere ‘held’ als Vavitsj het boek niet door de censuur raakte. Vavitsj is zonder meer een van de goorste smeerlappen uit de Russische literatuur. En dat wil toch al iets zeggen.

Over idioten gesproken, er loopt een veelvoud van rond in Viktor Vavitsj. Gelukkig zorgt Zjitkov voor voldoende tegenwicht. Zjitkov is een meester in het portretteren van zijn personages. Je leert ze kennen als wezens van vlees en bloed. Het vuur dat brandt in de chemiestudent Sanka, de gedrevenheid van de ravissante Tania of de Raskolnikoviaanse gespletenheid van de onfortuinlijke Basjkin, het blijft allemaal lang nazinderen.

Stadsroman

Zjitkovs rijke en gesofisticeerde stijl blijft mooi bewaard in deze Nederlandse vertaling. Hoewel Zjitkov een erg oorspronkelijke stem laat horen, sluit Viktor Vavitsj stilistisch dicht aan bij tijdgenoten uit de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw zoals Jevgeni Zamjatin, Boris Pilnjak of Aleksej Remizov. Vormelijk refereert hij dan weer aan de filmtaal. De korte hoofdstukken fungeren als ware scènes, het steeds wisselende vertelperspectief zorgt voor een gesyncopeerd ritme, de titels van de hoofdstukken doen denken aan de tussentitels van een stomme film, de wervelende massascènes halen het beste van Eisenstein voor de geest, en zo verder.

Opvallend is ook hoezeer Zjitkov focust op objecten, wat dan weer doet denken aan Ivan Gontsjarov. Het onooglijkste voorwerp lijkt hij tot leven te wekken door al onze aandacht erop te vestigen en er een hele wereld rond op te bouwen (denk maar aan de fameuze pet van Vavitsj!).

Nog een markant kenmerk is het auditieve karakter van de roman. Hiermee doel ik niet zozeer op Zjitkovs uitstekende oor voor dialoog, maar wel op het alomtegenwoordige lawaai, kabaal en misbaar. Viktor Vavitsj is een ronduit  oorverdovende roman!

Onder andere omdat het de persoonlijke evolutie van een individu tegen de stedelijke achtergrond van een collectief fresco schildert, hoort Viktor Vavitsj  thuis in het rijtje ‘grote modernistische stadsromans’ zoals Ulysses (1922) van James Joyce,  Manhattan Transfer (1925) van John Dos Passos of Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin (er zit trouwens een mooi doctoraatsonderzoek in de vergelijking tussen Viktor Vavitsj en Franz Biberkopf, als u het mij vraagt). Maar het boek doet bovenalles denken aan die andere grote Russische stadsroman, het minstens even geweldige Petersburg (1922) van Andrej Belyj. Niet alleen omdat het zich eveneens afspeelt in 1905, maar ook wat stijl en verteltrant betreft.

Hoe dan ook, bij het lezen van Viktor Vavitsj zal u meer dan eens naar adem moeten happen, al was het maar omdat u zo veel wreedheid nog nooit zo mooi beschreven heeft gezien.


Verschenen in: STAALKAART #14, 2012

Viktor Vavitsj van Boris Zjitkov, Atlas 2012, ISBN 9789045017105, 704 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s