‘De ontdekking van het langzame leven’ van Sten Nadolny: leren leven en lezen in slow motion.

tumblr_inline_pe6t6eqvVB1s0xvfa_540

Een in onze contreien weinig bekende cultroman is het in 1983 verschenen De ontdekking van het langzame leven van de Duitse schrijver Sten Nadolny. Het boek verwierf faam mede dankzij de Engelse vertaling bij Penguin en groeide uit tot een internationale bestseller, met ondertussen wereldwijd meer dan 1 miljoen verkochte exemplaren. Het is de gefictionaliseerde biografie van de Britse marineofficier en poolreiziger John Franklin, een van de belangrijkste ontdekkingsreizigers van de 19de eeuw die het pad effende voor de ontdekking van de toen nog legendarische noordwestdoorvaart.

Franklin is in meer dan één opzicht een memorabele protagonist, maar wat hem zo bijzonder maakt is dat hij lijdt aan “langzaamheid”, een oblomoviaanse afwijking waardoor zijn fysieke bestaan en waarnemingsvermogen ernstig beperkt worden. Tot ergernis van zijn omgeving, kan hij letterlijk niet snel bewegen, denkt diep na voor hij handelt, ziet de wereld in vertraagde modus en praat uiterst doordacht. Verrassend genoeg maakt Nadolny van deze onvolkomenheid een deugd en stelt Franklin voor als een vrije geest met een innerlijke superioriteit. Een bedachtzaam pleidooi voor onthaasting en een prangende reflectie over de tijd, dit alles onder het mom van een wervelende avonturenroman.

Franklin vs. Nadolny

De ontdekking van het langzame leven heeft een tweeledig opzet. Enerzijds is het een ode aan de traagheid, anderzijds fungeert het leven van de historische figuur John Franklin als vehikel voor het verhaal. Nadolny gebruikt consistent waargebeurde feiten en plukt gretig uit het boeiende leven van de echte Franklin. Dat dit leven zich laat lezen als een roman en eerder al Jules Verne had geïnspireerd voor zijn Voyages et aventures du capitaine Hatteras is natuurlijk mooi meegenomen. In een verantwoording op het einde van het boek somt Nadolny enkele titels uit de vakliteratuur over Franklin op. Deze bronnen begeleidden hem bij het schrijfproces, zo stelt hij, en leverden “talloze details” op die hij “zelf nooit had kunnen verzinnen”. Bovendien benadrukt Nadolny dat de werkelijke Franklin niet de zelfde man is als zijn romanpersonage en dat hij hier en daar heeft gespeeld met de chronologie, enkel en alleen om verhaaltechnische redenen.

Hoe het zij, nagenoeg alle hoogtepunten in Franklins levensverhaal komen aan bod. Van de prachtig omschreven jeugdjaren tot zijn woelig liefdesleven, kortstondige politieke carrière en de levensgevaarlijke poolreizen waar hij aan deelnam. Maar één kenmerk van Franklin staat nergens gedocumenteerd: zijn langzaamheid. Meesterverteller Nadolny maakt er de premisse van zijn roman van en weet deze erg efficiënte trope volledig naar zijn hand te zetten, waardoor het verhaal een uitzonderlijke oorspronkelijkheid krijgt.

John Franklin

Maar wie was de échte John Franklin? Sinds zijn jeugd droomde Franklin ervan naar zee te gaan. Op 14-jarige leeftijd ging hij bij de Royal Navy, als midshipman (adelborst of junior officier in opleiding), waar hij meteen met de oorlogsgruwel van de Napoleontische tijden geconfronteerd werd tijdens de belangrijke zeeslagen van Trafalgar en Kopenhagen (onder leiding van de beroemde viceadmiraal Horatio Nelson). Toen de Britten vrede sloten met de Fransen richtte Franklin al zijn aandacht op het organiseren van poolreizen. Hij had nog maar één ambitie: de noordwestdoorvaart vinden, een nagenoeg mythische route die – mocht ze bestaan – de Atlantische Oceaan zou verbinden met de Grote Oceaan via de Canadese poolarchipel en waar in zijn tijd al meer dan 200 jaar naar gezocht werd. Franklins eerste poolexpeditie ging over land, van Hudson Bay tot aan de Noordelijke IJszee, langs de lijn van de Coppermine rivier. Tussen 1819 en 1822 legde Franklin met zijn twintigkoppig team bijna 9.000 kilometer af en bracht gigantische stukken onverkend land in kaart (het is de tijd van de portolanen). Zo groot het succes op wetenschappelijk gebied was, zo rampzalig werd de terugtocht over de uitgestrekte tundra’s van de ‘Barren Grounds’. Elf van de twintig teamleden lieten het leven in het besneeuwde poolgebied. De overlevenden aten korstmossen, en kookten hun riemen en laarzen om er soep met ledersmaak van te maken. Het voorval zou Franklin de bijnaam ‘de man die zijn laarzen opat’ opleveren. De beschrijving van deze poolreis is ongetwijfeld een van de hoogtepunten van de roman.

Eenmaal terug in de beschaving werd Franklin de auteur van weinig originele reisliteratuur en een veelgevraagde salontijger. Hij huwde de dichteres Eleanor Porden, die 2 jaar later overleed aan tuberculose. Er volgde een tweede noordpoolreis en een kort politiek intermezzo als gouverneur van Tasmanië, toen nog Van Diemensland geheten. In mei 1845 werd Franklin aangesteld als expeditieleider van een nieuwe zoektocht naar de noordwestdoorvaart. Twee schepen, de Erebus en de Terror,  kozen het ruime sop, met noordwaartse koers, zij het om nooit meer terug te keren. Tussen 1847 en 1859 werden meer dan 30 expedities erop uitgestuurd, op zoek naar Franklin en zijn 129 manschappen. De mysterieuze verdwijning sprak tot de Victoriaanse verbeelding: Swinburne schreef een hymne, Turner wijdde er een reeks schilderijen aan en Wilkie Collins maakte er een melodrama van, geproduceerd door niemand minder dan Charles Dickens. Deze laatste reis komt slechts kort aan bod in de roman: Nadolny schetst de voorbereidingen en het vertrek, maar laat de details van de fatale afloop voor de annalen van de geschiedenis. Gedenkwaardig is dan weer Nadolny’s beschrijving, naar het einde van de roman toe, van Franklins onaflatende droom van een open poolzee.

Traag als ijs

Nadolny lijkt te zeggen dat Franklins onafwendbare aantrekking tot het ijs van het hoogste noorden, zijn oorsprong vindt in een verlangen om een omgeving te vinden die strookt met zijn traagheid. Franklin droomt van het noordelijkste deel van de aarde “zo ver weg dat de zon er niet onderging en de tijd er niet verstreek”. Met andere woorden, juist omdat ijs zo ‘traag’ is, vormt het de perfecte metafoor voor Franklins kijk op de wereld. Het ijs op de polen is het resultaat van jarenlang lagen opbouwen, ijsbergen en gletsjers verplaatsen zich met een tergende langzaamheid, het bevriezingsproces op zich blinkt eveneens uit in inertie. IJs en langzaamheid horen bij elkaar, de tijd zit er gevangen in een soort bevroren eeuwigheid. Als marineofficier wordt Franklins methode om eerst lang na te denken en pas dan te handelen spontaan op spot onthaald. Maar na enkele opmerkelijke resultaten wint hij het respect van zijn kompanen. Zo bewierookt een luitenant hem: “Omdat Franklin zo langzaam is, verspilt hij nooit tijd” en Franklin zelf ziet zijn traagheid evenzeer als een kwaliteit om de tijd mee te bedwingen: “Er was maar zo weinig waarbij een langzaam tempo een goede eigenschap was. Zichzelf boven de tijd verheffen; dat was aanlokkelijk”.

Lovenswaardig is de manier waarop Nadolny Franklins traagheid in zijn bedwelmende stijl laat doorsijpelen. “Als ik vertel, sir, dan doe ik dat in mijn eigen ritme.”, zegt zijn held ergens. Dat eigen ritme heet grammaticaal gesproken de vrije indirecte rede, een verhalend imperfectum dat het midden houdt tussen een derde- en eerstepersoonsvertelling en erg in zwang was in romans van de 18de en 19de eeuw, bij Flaubert bijvoorbeeld, om er maar één te noemen. De vertelstijl houdt bovendien gelijke tred met de ontwikkeling en ontplooiing van het ‘personage Franklin’. Nadolny geeft doelbewust een zwierigheid aan de hoofdstukken gewijd aan Franklins jeugdjaren. en strooit gul met uitroepingstekens, retorische vragen en associatieve, korte zinnen. De traagheid van de hongerreis wordt  dan weer aangepast aan het bevroren landschap waar tijd niet meer van tel is: een hele dag wordt gevat in één enkele zin, we kijken met de slome blik van het hoofdpersonage die vaak hele fragmenten van de actie in een ellipsconstructie weglaat, à la Joseph Conrad. Het pleit voor de vertaler dat je ook in de Nederlandse versie trager begint te lezen.

Langzaam leven

Tegen alle verwachtingen in weet Franklin zijn afwijking in een voordeel om te zetten. Door zijn gevoeligheid voor details, zijn bewustzijn op microniveau en zijn fenomenaal geheugen drukt hij een stempel op zijn omgeving en weet hij wel degelijk een verschil te maken. Zijn aandoening dwingt hem tot geduld, alsof zijn hersenen moeten inhalen wat hij ziet. Een mooi voorbeeld is het incident waar Franklin en zijn bemanning met hun schip vast komen te zitten in het ijs: terwijl zijn mannen panikeren weet hij iedereen te redden door de gevolgen van iedere actie tot in de kleinste details koelbloedig en langzaam af te wegen. Franklin ziet antwoorden die anderen niet kunnen zien en conceptualiseert de wereld op een unieke manier. Hoewel hij vaak bespot wordt omwille van zijn traagheid, krijgt Franklin stilaan een schare bewonderaars achter zich.

Ook als lezer begin je van lieverlede anders te kijken naar de beschreven gebeurtenissen. De concepten in het boek stellen de manier waarop wij de ons omringende wereld ervaren in vraag. Nadolny reikt ons in deze betoverende roman een alternatief paradigma aan om naar onze omgeving te kijken. Weliswaar, een paradigma van traagheid, waardoor we tot het volle besef komen van het cruciale belang van een andere kijk, een fris perspectief.

Een boek om te savoureren – langzaam uiteraard – bladzijde per bladzijde, zin per zin, woord per woord.


Verschenen in: STAALKAART #25, 2014

De ontdekking van het langzame leven van Sten Nadolny, Van Gennep 2014, vert. door Theodor Duquesnoy, ISBN 9789461642875, 364 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s