‘De man die haast had’ van Jan Vantoortelboom

tumblr_inline_peg2duTrxq1s0xvfa_540

Vorig jaar in februari riep het boekverkoperspanel van het in Nederland gezaghebbende televisieprogramma De Wereld Draait Door Meester Mitraillette, de tweede roman van de Zeeuwse West-Vlaming Jan Vantoortelboom, uit tot boek van de maand. Inmiddels zijn er meer dan 25.000 exemplaren van verkocht, het gros daarvan in Nederland. “Ik heb steeds beter verkocht in Nederland dan in Vlaanderen. Die parallel trekt zich trouwens door in de pers. In Nederland krijg ik meer positieve aandacht in de media dan in Vlaanderen.”

Nu is er een sterke derde roman, De man die haast had. Het is het verhaal van Leon die op jonge leeftijd zijn moeder verliest aan een erfelijke kwaal. Uit angst om eveneens vroegtijdig te overlijden, trekt hij zich terug in zichzelf en sluit zich emotioneel af van de buitenwereld. Bovendien draagt hij een enorme schuldlast met zich mee: als kleine jongen was hij er getuige van hoe zijn oppas Elsie door het trapgat van de zolder valt. Doordat hij de hulpdiensten niet tijdig heeft gewaarschuwd, loopt Elsie onherstelbare hersenschade op en is ze gedoemd de rest van haar dagen te slijten als een kasplantje in een instelling. Leon bezoekt haar elke zaterdag, jaren aan een stuk en bouwt met haar een unieke zij het eenzijdige band op. Op een dag besluit hij een boot te bouwen en het noodlot – zijn eigen én dat van Elsie – een handje toe te steken.

Jan Vantoortelboom (1975) werd geboren in Torhout en groeide op in Elverdinge, bij Ieper. Sinds ruim tien jaar woont en werkt hij in Zeeland. Zijn romandebuut De verzonken jongen won in 2011 De Bronzen Uil. Meester Mitraillette volgde in 2014 en vandaag, precies een jaar later is er al een opvolger. In tegenstelling tot de eerste twee romans speelt die zich niet af in Elverdinge, maar in het Zeeuwse Zeedorp. Vantoortelboom: “Ik zie De man die haast had als een soort uitstapje, onder meer  omdat het zich afspeelt in Zeeuws-Vlaanderen. Ik ben nu bezig aan mijn vierde roman en die pakt de Elverdingse setting terug op. Ook het personage Victor uit mijn eerste twee romans vind ik zo’n een interessante figuur dat ik hem meeneem naar de nieuwe roman. Ik laat hem Elverdinge verlaten en hij komt terecht in de Ierse burgeroorlog. Ik probeer hoe dan ook telkens nieuwe dingen te doen, zo ook in De man die haast had. Dit was iets nieuws voor mij, een redelijk gecondenseerd, rechtlijnig en klein verhaal.”

De man die haast had onderscheidt zich door een ragfijn uitgesponnen plot, een elliptische, bijna suggestieve stijl en korte hoofdstukken…

Dat vormelijke is iets waar ik in een eerste fase weinig naar streef, of althans, waar ik weinig oog voor heb als ik aan een boek begin. Het was voor mij eerder een soort evenwichtsoefening: wat zeg je wel, wat laat je weg? Wat is de psychologie van het personage, zonder die te veel uit te benen of net te weinig? Hemingways The old man and the sea is ook zo’n rechtlijnig verhaal. Die schaarsheid van vertelling heb ik proberen bereiken in De man die haast had.

Deze derde roman komt exact een jaar na uw succesboek Meester Mitraillette. Dat is kort op elkaar…

Ik schrijf snel. De ambitie is een boek per jaar, zonder aan kwaliteit te moeten inboeten. Ik heb nu eenmaal weinig tijd om te schrijven en ben niet gedisciplineerd vanwege de situatie thuis: ik gaf tot voor kort les, heb vier jonge kinderen, veel dieren. Met andere woorden, ik zit niet iedere dag aan de schrijftafel. Ik ben iemand die opspaart en dan, plots, komt het er in gulpen uit. Soms schrijf ik een hele week niets, soms schrijf ik elke dag. Er is wel eens gezegd dat ik op intuïtie schrijf, op het gevoel. En dat lijkt wel ergens te kloppen. Ik schrijf mijn verhaal en wil de basisemotie op papier krijgen. In die eerste aanzet heb ik nauwelijks oog voor taal, spelfouten, leestekens. Dat komt allemaal veel later, bij de verschillende redactiefases. Het is voor mij niet altijd duidelijk waar ik over aan het schrijven ben, waar ik zal uitkomen, tot wanneer het af is. Ook met dit boek.

Een woord dat vaak terugkomt in de recensies van uw boeken is ‘rasverteller’. Doet u dat plezier?

Ik kan het alleszins niet rijmen met wie ik ben. Ik ben een man van weinig woorden. Ik ben geen prater, geen verteller in de strikte zin van het woord. Ik lees wel eens iets voor, maar ik vertel geen verhalen aan mijn kinderen, bijvoorbeeld. Ik vertel wel voortdurend verhalen in mijn hoofd, wanneer ik schrijf. Ik heb een levendige verbeelding en als lezers mij een rasverteller noemen vind ik dat zeker niet negatief, maar het strookt niet met mijn karakter.

Misschien wordt ook uw talent voor het ontwikkelen van een plot bedoeld? Ik vind alvast dat u daar sterk in bent.

Bedankt, maar ook dat doe ik zuiver op het gevoel, vanuit de onderbuik. Ik verander nauwelijks van richting, heb ook nooit verschillende eindes of zo. Het enige wat ik achteraf bijschaaf is de taal. Dat was ook zo voor mijn debuut De verzonken jongen. Ik ging bij de uitgever met de eerste vijftig pagina’s. Ik had toen niet meer en de uitgever wilde een publicatie wel overwegen op voorwaarde dat de rest van het boek even goed zou worden. Ik ben toen in een euforische bui naar huis gegaan. Drie weken later had ik tweehonderd volgende pagina’s klaar. Ik schreef dag en nacht. Het hele boek zat in mijn hoofd. Het boek is er gekomen zoals ik het toen geschreven heb. Bij Meester Mitraillette daarentegen heb ik na een eerste schrijffase hier en daar vormelijke veranderingen aangebracht. Maar ik herhaal: het vormelijke is voor mij niet van primordiaal belang. De emotie is voor mij het belangrijkste. Het vormelijke is meer het werk van een redacteur, vind ik.

Dat emotionele aspect weegt door in uw boeken. Ook in De man die haast had is het uitgangspunt een traumatische ervaring…

Ja, dat klopt. Een element dat eveneens steeds terugkomt is de relatie met de moeder. In het eerste boek sterft de moeder, in het tweede boek verstoot de moeder de zoon, en nu is er een moeder die krankzinnig wordt en sterft. Mijn moeder is vroeg gestorven, ze was amper 42, ik was toen 16. Dat feit is blijkbaar van een zodanige impact geweest dat ik het telkens weer in een of andere vorm wil herwerken. Ik heb geen schuldgevoel over de dood van mijn moeder, maar toch komt die schuld steeds bovendrijven. Waar komt die schuld vandaan terwijl ik schuldvrij door het leven ga? Misschien ligt het aan mijn katholieke opvoeding? Hoe het zij, voor De man die haast had was het uitgangspunt dat ik een boek wilde schrijven over iemand die leeft met een eindpunt in gedachten. Veel mensen vergeten dat ze sterfelijk zijn. Doordat de moeder van mijn hoofdpersonage vroeg sterft, denkt hij dat hij ook jong zal sterven, aan de erfelijke ziekte van zijn moeder. Het is zo dat wanneer een kind een ouder op jonge leeftijd verliest dat het heel vreemd is voor dat kind om ouder te worden dan die ouder ooit is geweest. Mijn moeder bijvoorbeeld werd 42, voor mij is dat een grens, een psychologische drempel. Nu, Leon leeft in de overtuiging dat hij jong zal sterven en wil geen tijd spenderen aan dingen die de perceptie van de tijd sneller laten verlopen. Zoals studeren, kinderen krijgen, plezier maken, noem maar op. Al die dingen zorgen ervoor dat de tijd veel te snel gaat. Hij wil die tijd bewust beleven, bijna door zich te vervelen. Hij gaat zo goed als ambitieloos door het leven. Ik heb Leon zeer bewust zo passief gemaakt. Zijn inertie laat hem de tijd bewuster beleven.

Dat tijd een centraal thema blijkt al uit de titel. Leon voelt “de aantrekkingskracht van de ouderdom” en begrijpt dat zijn onvermogen om te gaan met “wat mensen als tijd bestempelen” hem tegenwerkt. Hij draagt nooit een horloge, maar komt altijd op tijd. Tot wanneer hij ontregeld wordt door Liliane, de nieuwe leerkracht op de school waar hij conciërge is en die verliefd op hem wordt. Wanneer hij Liliane kust voelt hij “voor het eerst de seconden”…

Ja, Liliane trekt hem terug in een tijdsbesef, een besef dat we als moderne mens allemaal kennen, namelijk dat we gebonden zijn aan seconden, aan minuten. Dat is Leon niet gewoon. Je zou het kunnen illustreren met een voorbeeld: je hebt 15 minuten om naar het station te gaan want dan vertrekt je trein. Je hebt haast, ook al weet je dat je er op 5 minuten staat. Dat is de perceptie die je hebt van tijd, je persoonlijke tijd, zeg maar. Terwijl de feitelijke tijd altijd 15 minuten zal blijven, natuurlijk. Leon bevindt zich in die perceptie van tijd, hij leeft in wat hij aanvoelt als tijd en houdt geen rekening met de feitelijke tijd. Soms wil hij die tijd in al zijn inertie versnellen, dan weer vertragen. Hij bevindt zich aan het ene uiteinde van het spectrum van de tijd, Liliane aan het andere extreem. Ze zijn wat je zou kunnen noemen de plus- en minpolen van de tijd. Liliane gebruikt de tijd als een slaaf, koestert haar agenda, leeft nagenoeg op schema. De meeste mensen leven alsof zij de baas zijn over de tijd, terwijl het eigenlijk andersom is. Dat weet Leon, want hij heeft steeds een eindpunt in gedachten. Maar wanneer hij dichter bij Liliane komt, wordt hij door haar aangetrokken. Die aantrekking ontregelt hem compleet omdat hij begint te beseffen wat de feitelijke tijd inhoudt.

Er is ook een moment waarop Leon in de lerarenkamer een artikel ziet liggen over ‘droomtijd’…

Droomtijd is een begrip van de Aborigines. Het is de tijd die zij ervaren als ze wakker worden. Die tijd is voor hen als een droom. Wanneer ze slapen of dood zijn, dat is het werkelijke leven. Het leven hier op aarde is de droomtijd. Die tijd heeft niks met schepping te maken, maar eerder met ordening. Dat is het concept van tijd in de moderne maatschappij: het draait rond het ordenen van tijd, om economische belangen. We zijn allemaal de slaaf van de tijd, het is niet andersom, zoals velen denken.

Leon schiet in actie, haast zich wellicht voor het eerst in zijn leven, wanneer hij de motorboot wil afkrijgen.

Hij voelt dat zijn eindpunt nadert. Daarom wil hij Elsies einde beheersen en controleren. Die boot staat natuurlijk ook symbool voor de uitvaart. De boot kreeg ook geen naam, omdat ik ergens las dat een boot zonder naam ongeluk brengt. Ik wilde er een soort onheilspellend voorteken van maken.

Over roeiboten gesproken: hier en daar duikt in het verhaal een mysterieuze man in een roeiboot op. Die deed me onvrijwillig denken aan de beruchte ‘man in the brown mackintosh’ in Ulysses die evenzeer op de bonnefooi verschijnt…

Nou, ik ben blij van dit te horen, maar dat was niet de bedoeling. Misschien is het er onbewust wel ingeslopen. Het is lang geleden dat ik Ulysses las, maar sommige beelden blijven soms wel hangen, dus wie weet. Leon staat vaak op de dijk en ziet die man dan bezig in zijn boot zijn eigen demonen te verdrijven met drank. Die boot is voor Leon een trigger voor zijn eigen uitweg, zijn vlucht, het transcenderen van zijn eindpunt.

Leon heeft een fetisj voor lange nekken: wanneer hij Elsie vindt na haar val of wanneer hij Liliane voor het eerst ziet. Bovendien introduceert Liliane hem in de werken van Modigliani, die de halzen van zijn vrouwelijk geportretteerden op groteske wijze uitgerokken afbeeldde.

Persoonlijk vind ik de schilderijen van Modigliani met de lange nekken afstotelijk (lacht). Maar ik maak er voor Leon een aantrekkingskracht van. Ik wil graag boeken schrijven die niet stoppen wanneer je ze dichtklapt. De lezer moet verder blijven nadenken over wat ze net voor hun ogen hebben zien passeren. Die halsfetisj kondigt gedeeltelijk het dramatische einde aan. Het einde is een apotheose, een epifanie, waar ik als auteur vanaf het begin naartoe heb gewerkt, vanuit de psyche van Leon. Er zit ook een seksuele connotatie aan vast. Leon raakt lichamelijk opgewonden wanneer hij de lange hals van zijn oppas bemerkt. Die prille fantasie van de jongen zindert na in de geknakte geest van de jongeman. Hij blijft als het ware steken in een soort puberaal denkpatroon.

De enige die niet denkt dat ze de tijd kan beheersen is Elsie. Zij leeft na haar ongeval als een plant, in een instelling. Wanneer Leon haar ontvoert, denkt hij “Tijd is toch maar een banaal mysterie”…

Zij is Leons klankbord. Het klankbord van zijn schuldgevoelens. Leon wil eigenlijk zijn zoals zij, zonder besef. Hij noemt haar op een bepaald moment zelfs zijn batterij, voelt zich sterker, opgeladen, telkens wanneer hij bij haar weggaat. Hij krijgt van haar een zekere bevestiging, een kracht, hoe raar dat ook klinkt. Hij staat op het scherp van twee werelden: zijn eigen wereld en de werkelijkheid. Het verhaal start wanneer Leon 62 is. Hij is dan de grens van zijn gevreesde eindpunt al lang voorbij. Op het moment dat hij Elsie naar buiten voert en van plan is om haar tijd hier te doen stoppen, begint het besef dat hij wel eens langer zou kunnen leven. De banaliteit van die gedachte overvalt hem. Na zijn wanhoopsdaad besluit Leon nooit meer te spreken, opnieuw net als Elsie. Hij heeft zijn taak volbracht en kan zich compleet in zichzelf terugtrekken, zijn leven uitzitten.

Leon is misschien wel het meest passieve personage uit de Nederlandse literatuur. Tot wanneer hij Elsie ontvoert. Voor Leon is dat hun “moment van betekenis”.

Daar heeft hij onbewust naar toe gewerkt, vanaf de dood van zijn moeder. Zijn moeder fluistert hem in de oren, kort voor haar dood, dat een mens altijd in zijn eigen armen sterft. Hij weet dat Elsie zonder zijn toedoen ‘in haar eigen armen’ zal sterven. Dat wil hij tegengaan. Hoewel Liliane er gedeeltelijk in slaagt zijn innerlijke beslotenheid te doorbreken, kan ze hem niet stoppen. Hij bouwt verder aan zijn boot en daagt het noodlot uit, probeert het een stap voor te zijn.


Verschenen in: STAALKAART #27, 2015

De man die haast had van Jan Vantoortelboom, uitgeverij Atlas Contact 2015, ISBN 9789025444075, 144 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s