‘Imperium’ van Christian Kracht & ‘Johann Holtrop’ van Rainald Goetz: Duits literair vuurwerk

tumblr_inline_peg1hgF1n11s0xvfa_540

Het lijkt wel of de eigenzinnige Amsterdamse uitgever Leesmagazijn een patent heeft op de Nederlandse vertalingen van voortreffelijke romans uit de Duitstalige literatuur, zowel moderne klassiekers als hedendaagse hoogvliegers. Vorig jaar verschenen onder meer Grondstof van Jorg Fauser, Het witte boek van Rafael Horzon en Bergtocht van Ludwig Hohl. Bij dit reeds indrukwekkend rijtje literatuurgeweld worden nu twee toppers van formaat toegevoegd: Imperium van Christian Kracht en Johann Holtrop van Rainald Goetz. Het eerste is een hoogst originele kijk op het kolonialisme met in de hoofdrol een dolgedraaide kokosvretende nudist die begin vorige eeuw in Duits Nieuw-Guinea een sektarische kolonie stichtte; het tweede een genadeloze analyse van de vrijemarkteconomie door de ogen van een machtsgeile topmanager, vanaf de invoering van de euro tot aan het eind van het vorige decennium.

Imperium

Imperium is de vierde roman van het Zwitsers zelfverklaard enfant terrible Christian Kracht (1966). Vertalingen van 1979 en Ik zal hier zijn bij zonneschijn en schaduw, zijn twee voorgaande romans, verschenen eerder bij de Arbeiderspers. Bij verschijning in 2012 kon Imperium quasi over de gehele lijn rekenen op lovende kritieken, maar tegelijk deed de roman heel wat stof opwaaien omdat een recensent van Der Spiegel zich genoodzaakt zag Kracht van ‘totalitarisme’ (lees: extreemrechtse ideeën)  te verdenken. Een aantal collega-schrijvers, waaronder Nobelprijswinnares Elfride Jelinek en pennenbroeder Daniel Kehlmann, sprongen voor Kracht in de bres – meer dan terecht –, want dat het boek gespeend is van dergelijk verwerpelijk gedachtegoed kan worden bevestigd door het boek eenvoudigweg open te slaan en aandachtig te lezen. Dat hebben wij gedaan en er staat ook naar onze bescheiden mening niks abjects of aanstootgevend in. Voor of tegen, één ding is zeker, een boek als Imperium krijgt u niet iedere dag te lezen, en dat niet alleen door het zwierige, alle registers opentrekkende taalgebruik. Het boek neemt evenzeer een aparte plaats in de Duitse literatuurgeschiedenis in omwille van het centrale onderwerp, het Duitse kolonialisme, een weinig bekende en uiteindelijk zeer kortstondige pagina uit de Germaanse geschiedenis.

Imperium vertelt de tragikomische levenswandel van aspirant sekteleider, eeuwige rara avis én historische figuur August Engelhardt (1875-1919). Deze ‘baarddrager, vegetariër en nudist’ verliet ontgoocheld in 1902 de Heimat om in de toenmalige Bismarck-Archipel, een eilandengroep behorende tot  Papoea-Nieuw-Guinea, toen een deel van Duits-Nieuw-Guinea, het twee kilometer lange eilandje ‘Kabakon’, op te kopen om er een kokosplantage te beginnen. Vanuit Kakabon stuurt hij het goede woord van het ‘kokovorisme’ de wereld in: een filosofie waarin het exclusief eten van kokosnoten de mens tot een hoger goddelijk vlak kan verheffen. In zijn ‘religie’ is ‘de mens het dierlijke evenbeeld van God’ en de kokosnoot, omwille van de grote gelijkenis met het menselijke hoofd, het plantaardige equivalent. Met andere woorden, wie zich uitsluitend met de goddelijke kokosnoot voedt, is niet alleen een kokovoor, ‘maar per definitionem ook een theofaag, een godseter’. En het staat natuurlijk buiten kijf dat iedere ware kokovoor tevens nudist is (de zon dient vereerd te worden!) en zich abstineert van alcohol.

Net als in zijn twee vorige romans 1979 en Ik zal hier zijn bij zonneschijn en schaduw neemt Kracht in Imperium een loopje met de historische werkelijkheid. De ‘echte’ Engelhardt stierf bijvoorbeeld kort na de Eerste Wereldoorlog, in Imperium wordt hij door een Amerikaanse marine-eenheid ontdekt na het einde van de Tweede Wereldoorlog op het eiland Kolombangara waar hij als een halfverwilderde, langharige grijsaard heremietsgewijze overleefde ‘in een hol in de grond’. Maar dat spelen met de geschiedenis is nooit storend, integendeel. Kracht vertelt zijn verhaal vanuit een alwetend vogelperspectief op een zodanig flukse en vloeiende manier dat je je als lezers maar al te graag laat meeslepen door het bruisend amalgaam van historische en verbeelde figuren en gebeurtenissen. De tongue-in-cheek ironie waarmee Kracht een kleine stoet aan personages opvoert in zijdelingse, behendig verweven verhaallijnen is verraderlijk, het fungeert zelfs een soort rookgordijn. Tussen de lijnen door lezen we immers een felle kritiek op het Duitse koloniale debacle en op de ‘hakenkruiser van het Duitse volk’ die op het punt stond een tweede wereldstorm te ontketenen.

Niet alleen spettert het vertelplezier van de bladzijden, ook de uitgesproken lyrische taal zal menig lezershart sneller doen slaan. Het is een idioom dat ons in de eerste plaats aan Queneau deed denken, maar doe daar nog een vreemde mengeling van Karl May en Musil bovenop en je weet min of meer hoe Imperium klinkt.

Deze buitengewone, originele roman beschrijven met één woord is perfect mogelijk. Dat woord is ‘meesterlijk’.

image
Johann Holtrop

Van een geheel ander kaliber maar minstens even sterk is Johann Holtrop, de jongste roman van de veelvuldig bekroonde Duitse cultauteur Rainald Goetz (1954). In Duitsland is Goetz een mediafiguur, maar in onze contreien is hij weinig bekend en het is niet eenvoudig om vat te krijgen op wie Rainald Goetz nu precies is. Je zou hem een duizendpoot kunnen noemen, een kameleon die niet voor één gat te vangen is. Hij schreef proza, toneelstukken, essays, journalistieke stukken, publiceerde verschillende CD-boxen met spoken word performances, had een blog (‘Abfall für Alle’) nog voor het woord blog bestond, propageerde filosofen als Luhmann en Foucault, verdedigde de popcultuur en nieuwe media, werkte samen met techno DJ’s als Sven Väth en Westbam.

Goetz, de zoon van een chirurg en een fotografe, werd geboren in München, maar woont en werkt tegenwoordig in Berlijn. Hij is doktor in de geschiedenis en de geneeskunde en studeerde theaterwetenschappen in Parijs. Goetz verscheen op het literaire podium in 1983 met een ophefmakende roman over zijn ervaringen als stagedokter in de psychiatrie. De hoofdpersoon in zijn debuut, Irre, is dokter Raspe, een directe verwijzing naar Jan-Carl Raspe van de Baader Meinhoff-groep. Het boek leverde hem een nominatie op voor de Ingeborg Bachmann Preis, een prestigieuze prijs die tijdens een live televisieprogramma werd uitgereikt. Toen Goetz aan de beurt was om voor te lezen aan het publiek (waaronder icoon Marcel Reich-Ranicki) toverde hij midden in zijn discours  een scheermesje tevoorschijn en sneed zich diep in het voorhoofd. Hij las onverstoorbaar verder, terwijl het bloed over zijn gezicht droop. Het incident is kenmerkend voor zijn aanpak: direct, kwaad, onconventioneel, provocerend.

Die kenmerken vinden we terug in zijn meest recente roman, Johann Holtrop, een razende trip met het impact van een mokerslag. Het is het verhaal van de opgang en de val van een charismatische  48-jarige topmanager Johann Holtrop, het prototype van de gehaaide en gewetensloze zakenman, in het Duitsland van het eerste decennium van deze eeuw, de periode net voor het invoeren van de euro, over de shock van 9/11 en tot aan de bankencrisis in 2010. In drie delen, beginnend in 1998 en eindigend in 2010, leren we Holtrop kennen als een ‘hoogstefficiënte preciesiemachine die leiderschap produceert’. Hij bestuurt 80.000 medewerkers en garandeert de multinational, het mediaconcern Assperg, waar hij voor werkt een wereldwijde jaaromzet van bijna twintig miljard euro. Hij weet zich als geen ander aan te passen aan de turbulente tijden, glipt voortdurend door de mazen van het net, zonder scrupules laat staan enige vorm van respect voor zijn medewerkers. Zijn afgezwakte realiteitszin en onstuitbare grootheidswaanzin betekenen uiteindelijk zijn ondergang. Goetz heeft nooit onder stoelen of banken gestoken dat hij zich op de dubieuze zakenman Thomas Middelhoff heeft gebaseerd om tot het personage van Holtrop te komen. Middelhoff werd vorig jaar nog veroordeeld tot 3 jaar cel wegens belastingsontduiking en omkoperij.

Wat deze roman zo bijzonder maakt is de onwaarschijnlijke gedrevenheid, de daadkrachtige zwierigheid die Goetz van begin tot eind in het verhaal weet te houden. Sla het boek open en je zit meteen in een niet te stoppen, duizelingwekkende rit op een achtbaan, met een motor aangedreven door haat en toorn. Je zit Holtrop zo dicht op de huid, je graaft zo diep in zijn zieke geest, dat je er bij momenten koude rillingen van krijgt en naar adem moet happen. Goetz’ uiterst scherpzinnige observaties slagen er in – schijnbaar moeiteloos – de complexe, huichelachtige en uiteindelijk vernietigende machinaties van de bikkelharde zakenwereld bloot te leggen. De ondertitel van Johann Holtrop is ‘Afbraak van de maatschappij’. En dat is wat Johann Holtrop ons zeer zeker toont. Het is een fundamentele afrekening met het kapitalisme als filosofie of levenshouding. Goetz dwingt ons met deze panoramische, onthutsende roman te kijken in de weerzinwekkende diepte van de afgrond waar we voor staan.


Verschenen in: STAALKAART #28, 2015

Imperium van Christian Kracht, Leesmagazijn 2014, vert. door Ard Posthuma, ISBN  9789491717147, 172 pp.

Johann Holtrop van Rainald Goetz, Leesmagazijn 2014, vert. door Willy Hemelrijk, ISBN 9789491717154, 336 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s