‘Strohalmen voor de lezer’: een genereuze keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky

tumblr_inline_pehckkMAWW1s0xvfa_540

Strohalmen voor de lezer is de tot de verbeelding sprekende titel van een omvangrijke bloemlezing van de poëzie van de Russische Nobelprijswinnaar Joseph Brodsky. Samensteller Kees Verheul verzamelde alle reeds eerder verschenen gedichten en schakelde een klein leger  topvertalers in voor heel wat nieuwe vertalingen. De onvergelijkbare verzen van Brodsky blijven intrigeren: het dichterlijk oeuvre staat nog steeds als een huis en getuigt als nooit tevoren van een ongeëvenaarde zeggingskracht. Strohalmen voor de lezer is een absolute triomf.

Joseph Brodsky

Brodsky’s leven laat zich lezen als een slechte spionagefilm, helaas met alle denkbare clichés van de Sovjetterreur mooi aangedikt. Bij Brodsky is het van belang de biografie van de auteur mee te nemen in de literaire waardering van zijn werk: de gedichten zijn zelden of nooit openlijk politiek, maar vertonen onvermijdelijk de sporen van zijn tergend moeizame relatie met de Russische autoriteiten. Thema’s als verlies, verbanning en uitsluiting komen zeer vaak aan bod en kunnen meestal direct gelinkt worden aan een concrete gebeurtenis uit zijn curriculum. Voor Brodsky overstijgt literatuur echter elke politieke grens. Zijn poëzie is niet ‘anti-sovjet’ of ‘tegen het socialisme’: hij houdt eerder afstand, vervreemdt zichzelf van dergelijke thema’s door ze niet aan bod te laten komen, simpelweg omdat ze niet in zijn poëtica passen. Zijn uitverkoren thema’s zijn veeleer de oeroude thema’s van de lyriek, zoals de liefde, de dood en de vergankelijkheid van het menselijk bestaan. Hij grijpt ook heel vaak terug naar de tijdloze thema’s uit de klassieke Oudheid en schrijft als geen ander poëzie over het schrijven van poëzie, over de taal als geschreven woord.

Iosif Alexandrovitsj Brodskij (1940-1996) groeide op in Leningrad, het huidige Sint-Petersburg.  De Joodse Brodsky’s overleefden als bij wonder de hongerwinter van de Leningradse blokkade door de Duitse troepen. Op 15-jarige leeftijd verliet Brodsky de schoolbanken en overleefde door zeer uiteenlopende beroepen uit te oefenen, onder andere frezer en lijkenwasser. Brodsky bleek een gretig autodidact: hij las de klassieken en leerde zichzelf Engels en Pools, omdat hij John Donne en Czesław Miłosz in de oorspronkelijke taal wilde lezen en naar het Russisch vertalen. Eind jaren 50 begon hij gedichten te schrijven: de unieke, onafhankelijke stem die daarin naar boven kwam, trok meteen de aandacht van de toen bijna zeventigjarige Anna Achmatova, die Brodsky prompt onder haar vleugels nam en hem opwierp als de ware erfgenaam van de acmeïsten. Achamtova’s invloed was vooral van persoonlijke en niet zozeer van literaire aard: Brodsky’s verzen toonden immers veel meer overeenkomsten met die andere grote acmeïst, de door hem diep bewonderde Osip Mandelstam (de voorliefde voor thema’s uit de klassieke Oudheid of metagedichten over taal, bijvoorbeeld).

Brodsky’s vroege gedichten vielen niet alleen op door hun ironische ondertoon, mysterieuze metaforen en ritmische levendigheid, maar verrieden ook een soevereine houding van de auteur en een grote interesse in de Westerse cultuur. Eind 1963 wreef een artikel in een Leningradse krant hem ‘parasitisme’ aan. De bal ging aan het rollen:  voor de autoriteiten was zijn mentaliteit ‘onproletarisch’. In 1964 volgde een absurd proces waarin Brodsky veroordeeld werd tot 5 jaar dwangarbeid. In eigen land sprongen onder anderen Konstantin Paustovskij en Dimitri Sjostakovistj voor hem in de bres, in Europa onder meer Jean-Paul Sartre. Met resultaat, want na 18 maanden strafkamp in Archangelsk kwam Brodsky vrij. Dat het nooit meer goed zou komen tussen de dichter en het Sovjetbewind was evident. In 1972 moest Brodsky gedwongen emigreren naar de Verenigde Staten. Hij kwam er, via Zweden, terecht in Michigan waar W.H. Auden hem op sleeptouw nam. Brodsky zou nooit meer terugkeren naar zijn vaderland en kreeg in 1977 zelfs het Amerikaans staatsburgerschap. Hij bleef poëzie in het Russisch schrijven, maar waagde zich ook aan enkele gedichten in het Engels. In die taal maakte hij naam met enkele geruchtmakende en briljante essays verschenen onder de titel Less than one (vertaald door Kees Verheul en Frans Kellendonk als Tussen iemand en niemand). Brodsky’s reputatie bleef groeien en in 1987 ontving hij als vijfde Rus ooit de Nobelprijs voor Literatuur. Op 28 januari 1996 overleed  Brodsky in New York op 55-jarige leeftijd aan een hartinfarct. Hij werd begraven op het eiland San Michele bij Venetië, zijn favoriete stad waar hij jaarlijks overwinterde.

Strohalmen voor de lezer

Dat de gedichten van Brodsky al zeer snel ruime aandacht kregen in ons taalgebied is te danken aan de niet aflatende inspanningen van de Nederlandse slavist, vertaler en romanschrijver Kees Verheul, niet toevallig de samensteller van deze nieuwe verzameling. Verheul raakte in de vroege jaren 60 in het toenmalige Leningrad bevriend met Brodsky, een hechte vriendschap die zou duren tot aan de vroegtijdige dood van de dichter. De Nederlander bleek de uitgelezen want onvermoeibare pleitbezorger van de poëzie van zijn Russische vriend: hij publiceerde introducerende artikels in gespecialiseerde vakbladen, vertaalde gedichten en essays, bundelde teksten over de dichter in een boek genaamd Dans om de wereld en bracht in 1989 al een eerste verzameling gedichten uit onder de titel De herfstkreet van de havik.De internationale belangstelling voor het werk van Brodsky kende een hoogtepunt na de toekenning van de Nobelprijs in 1987, met een hele reeks publicaties en vertalingen als gevolg. Na zijn dood in 1996 bleef de erkenning en waardering groeien en kregen we een completer beeld van de reële omvang van de zowel in het Russisch als in het Engels geschreven poëzie. Op enkele losse bundels en de bescheiden verzameling De herfstkreet van de havik na, was er tot voor kort relatief weinig van Brodsky’s gedichten naar het Nederlands vertaald. Een nieuwe, meer diepgaande en uitvoerige bloemlezing drong zich dus op.

Wie anders dan Verheul kon deze zware taak op zich nemen? Meteen zag hij zich geconfronteerd met een probleem: hoe selecteren in een oeuvre dat niet alleen gigantisch groot is maar ook uitblinkt in  heterogeniteit en wisselende kwaliteit? In zijn verantwoording haalt Verheul de 3 criteria aan die aan de basis van zijn keuze lagen. Hij pikte er eerst en vooral gedichten uit waarvan hij wist dat die voor Brodsky zelf belangrijk waren. Hiervoor baseerde hij zich op interviews, vriendschappelijke gesprekken, brieven en aantekeningen. Vervolgens selecteerde hij die gedichten waarover bij kenners en onderzoekers in binnen- en buitenland een consensus bestaat als zijnde een essentieel bestanddeel van het oeuvre. Ten slotte koos Verheul voor die gedichten die zijn persoonlijke voorkeur wegdragen. Het resultaat van het laatste criterium is dat de ‘vroege’ Brodsky, grofweg de periode tussen 1957 en 1964, beduidend meer  vertegenwoordigd is dan in andere, internationale bloemlezingen. Verheul vindt de gêne die Brodsky aan de dag legde voor dit jeugdwerk ongerechtvaardigd, een opinie die hij trouwens deelt met Achmatova die sprak van ‘toverachtige’ en ‘magische’ verzen. Hoe het zij, de keuze van Verheul is representatief en geeft een evenwichtig beeld van de ontwikkelingen in Brodsky’s poëzie. De meer dan tweehonderd gedichten zijn opgedeeld in 4 delen, per periode: het jeugdwerk van 1957 tot 1964, het jaar van de veroordeling tot 5 jaar dwangarbeid; van 1964 tot  1972, het jaar waarin Brodsky gedwongen emigreert naar de VS en ten slotte van 1972 tot 1987, het winnen van de Nobelprijs en de post-Nobel-periode tot aan zijn dood in 1996. Een selectie van 24 gedichten die Brodsky oorspronkelijk in het Engels schreef, staat achteraan in een apart deel. Verheul nam de reeds in goede edities bestaande vertalingen rechtstreeks over en ging op zoek naar geschikte vertalers voor de nog niet vertaalde gedichten uit zijn selectie. Een groot deel van de gedichten in Strohalmen voor de lezer verschijnen dan ook voor het eerst in Nederlandse vertaling.

De titel Strohalmen voor de lezer verwijst naar een idee waarmee Brodsky de bedoeling van zijn poëzie wilde weergeven. Zijn gedichten zijn strohalmen die de lezer houvast bieden, meebuigen in de wind zonder te kraken of anderzijds net uitmonden op een noodlot dat aan het kortste eind trekt. Deze lijvige bloemlezing zal door de representatieve keuzes, de kwalitatieve vertalingen en het uitgebreid notenapparaat, nog jaren lang de standaard zijn voor toekomstige Brodsky-lezers. We kunnen niet anders dan deze magistrale uitgave van harte aanbevelen: het is een monumentaal eerbetoon aan een van de grootste dichters van de vorige eeuw.


Verschenen in: STAALKAART #30, 2015

Strohalmen voor de lezer – een ruime keuze uit de gedichten van Joseph Brodsky, De Bezige Bij 2015, samengesteld en geannoteerd door Kees Verheul, ISBN 9789023483397, 804 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s