‘De ontscheping’ van Jean Raspail: promotie voor een racistische cultroman

tumblr_inline_peja1v3ZTy1s0xvfa_540

Le camp des saints van Jean Raspail (1925) ging in Frankrijk alleen al ruim honderdtwintigduizend keer over de toonbank. Deze door zijn vermeend racisme beruchte roman uit 1973 verscheen als Het legerkamp der heiligen voor het eerst in Nederlandse vertaling in mei 2015 bij uitgeverij Egmont, het boekenbedrijf van Vlaams Belang. Exact een jaar later bracht de Groningse uitgeverij De Blauwe Tijger diezelfde vertaling uit onder de titel De ontscheping. Het prestigieuze Schwob-programma van het Nederlands Letterenfonds nam kort nadien deze editie op in zijn nieuwe selectie van 10 vergeten klassiekers. Een verrassende keuze, want niet alleen de kwaliteit van de vertaling doet de wenkbrauwen fronsen, maar ook de ideologische achtergrond waaruit deze editie voortkomt. Maar wat maakt nu dat deze befaamde roman vierenveertig jaar na zijn eerste verschijning nog steeds controverse oproept? Waarom is het een rechtse cultroman? En hoe groot is de verleiding om De ontscheping als racistisch te bestempelen?

De legerplaats der heiligen

Toen Raspail zich in 1971 terugtrok in de villa van een vriend aan de Côte d’Azur om er te schrijven, overviel hem plots de vraag: ‘Et s’ils arrivaient?’ Wat staat ons te wachten wanneer ‘de misdeelden van het Zuiden als een stortvloed deze rijke kust, deze open grens overspoelen?’ Dat was het uitgangspunt voor Le camp des saints. Achttien maanden later was zijn boek klaar.

Het verhaal speelt zich ongeveer twintig jaar na ‘vandaag’ af,  met andere woorden grofweg aan het einde van de twintigste eeuw. Vlakbij de dokken in Calcutta heeft een woedende menigte zich verzameld bij het Belgisch consulaat om deel te nemen aan een adoptieprogramma dat hun kinderen van de armoede moet redden. Wanneer de consul ‘de onbestemde hoop op massa-adoptie’ niet kan waarmaken, blaast hij ‘gehypnotiseerd door de blinde terreur’ noodgedwongen het programma af. Uit de ziedende mensenzee verschijnt uit het niets een reusachtige hindoe (van beroep ‘koevlaaiendraaier, excrementenkneder, fatsoeneerder van mestbriketten en coprofaag’) met op zijn schouders ‘een soort van levende dinges’, een monsterlijk misvormde dwergfiguur die als een profeet het volk toespreekt. Hij vertelt een parabel over ‘het volledige pantheon van de Hindoes’ die de ‘kleine god van de Christenen’ van zijn kruis haalde. In ruil voor zijn nieuwe leven gaf de ‘Christusgod’ hun zijn koninkrijk en dankte hen met een bijna letterlijk citaat uit de Apocalyps, meer bepaald de Openbaring van Johannes, zang 20, verzen 8 en 9: ‘Zie daar de volkeren die opstaan aan de vier hoeken der aarde, en hun getal is als het zand der zee. En zij rukken op over de breedte der aarde en omsingelen de legerplaats der heiligen.’ De dolle menigte is in de ban van de charismatische coprofaag, laat zich opzwepen en neemt bezit van een gigantisch passagiersschip genaamd de India Star. Langs de hele Ganges wordt het voorbeeld gevolgd. In geen tijd zet een vloot van honderd roestige oceaanstomers koers naar Europa, ‘het land van melk en honing.’

De ‘armada van de laatste hoop’ is vijftig dagen onderweg naar de kusten van Zuid-Frankrijk, waar de opvarenden uiteindelijk landen op ‘de eerste minuut van Paaszondag’ en als ‘een miljoen Christussen zullen verrijzen’. De wereldleiders vrezen de komst van dit ‘nieuwe apocalyptische Beest’ dat ‘de vernietiging van het Westen’ beoogt. De regering in Parijs valt en wordt vervangen door een ‘multiraciale coalitie’. Het gevolg is totale chaos: rijke Fransen vluchten van de zuidkust naar het noorden, hippies en linkse priesters reppen zich naar het zuiden om ‘de bende van de Ganges’ te verwelkomen, in de gekleurde getto’s van grote steden ontstaat er opstand, plunderende bendes studenten maken de straten onveilig, cipiers bevrijden gevangenen, blanke vrouwen komen onder het juk van gekleurde pooiers enzovoort. Dit ‘cataclysme in naam van de nieuwe wereld’ verspreidt zich over de hele aardbol en Raspails verbeelding gaat in overdrive: Afrikaanse landen verenigen zich om ‘het blanke Zuid-Afrika’ binnen te vallen, de Chinezen belagen Rusland, in New York nemen ‘revolutionaire zwarten’ de macht over en Britse immigranten uit het Gemenebest eisen dat de Queen met een Pakistani trouwt. Een kleine groep van twintig ‘echte Fransen’ slaagt er tijdelijk in een strikt blank lapje grond (een zeventiende-eeuwse villa) in stand te houden, door vanuit de residentie met scherp op de losgeslagen Ganges-bende en hun Franse helpers te schieten. Totdat een legervliegtuig de villa bombardeert en de nieuwe orde zich definitief vestigt.

Receptie en Big Other

De eerste druk van Le camp des saints verscheen in 1973 bij de uitgever Robert Laffont in een oplage van twintigduizend exemplaren. De weinige reacties uit de pers waren gematigd positief. Dankzij de hardnekkige inspanningen van enkele bewonderaars en mond-tot-mondreclame was tegen het einde van het jaar nagenoeg de hele oplage verkocht. Tegen 1975 was Le camp des saints een bescheiden bestseller geworden. Het succes kende in hetzelfde jaar een hoogtepunt toen de Amerikaanse uitgeverij Scribner de Engelse vertaling van Norman Shapiro op de markt bracht. Ronald Reagan, die het boek kreeg van zijn adviseur én grote baas van de Franse geheime diensten Alexandre de Marenches, verklaarde zich een fan, net als de politicoloog Samuel Huntington, de auteur van The Clash of Civilizations (1996). Nieuwe edities verschenen in 1978 en 1985, de pocket in 1981 en 1989.

In 2002 wil Raspail zijn succesroman opnieuw uitbrengen, dit keer met een speciaal voor de gelegenheid geschreven voorwoord getiteld ‘Big Other’, uiteraard een knipoog naar George Orwells ‘Big Brother’. Het is een virulent pamflet, een gespierd j’accuse van meer dan twintig pagina’s waarin Raspail stelt dat Europa en het Westen onder het juk leven van een unieke ideologie die hij ‘Big Other’ noemt. In een notendop: het slechte geweten van het Westen ten aanzien van de uitgebuite Derde Wereld resulteert in een blinde bewondering voor het ‘Andere’, gekoppeld aan een minachting voor de eigen cultuur en beschaving. Laffont weigert aanvankelijk om het nieuwe voorwoord te publiceren uit vrees vervolgd te worden voor aanzet tot rassenhaat. Raspail verhoogt de druk door enkele invloedrijke vrienden in te schakelen en uiteindelijk verschijnt de editie dan toch, zij het met een verantwoording waarin de uitgever uitdrukkelijk afstand neemt van de stellingen van de auteur. In 2011 verschijnt nog een editie, inclusief ‘Big Other’, maar – en dit is heel bijzonder – eveneens met een index van zevenentachtig passages die volgens twee door de auteur ingehuurde advocaten indruisen tegen de antiracismewetgeving. Raspail koketteert met het idee dat zijn boek tegenwoordig onpubliceerbaar zou zijn.

Racisme en heiligheid van de literatuur

In verschillende interviews én in ‘Big Other’ benadrukt Raspail geen racist te zijn. Hij noemt zichzelf graag een conservatieve katholiek, een wereldburger en een royalist. Naar eigen zeggen koos hij er doelbewust voor om ‘de voorhoede van de anti-wereld’ in India te laten starten, en niet in het Midden-Oosten of Afrika, uit vrees dat zijn roman als een racistisch pamflet tegen de islam zou worden beschouwd. Hij onderstreept meermaals dat De ontscheping een ‘parabel’ is, een roman ontsproten aan zijn verbeelding. Het is een argument dat we ook terugvinden in het korte ‘Woord vooraf’ van vertaler Jef Elbers, al jaren een actief lid van Vlaams Belang, of in de boekbespreking van Koen Dillen op de blog van partijcoryfee Frank Vanhecke. In zijn scherpe essay ‘Is de literatuur heilig?’ wijst de filosoof Frank Vande Veire erop dat de onschendbaarheid van een auteur grenzen kent. Artistieke vrijheid en het recht op vrije meningsuiting zijn niet onderling inwisselbaar. Raspail kan zich dus niet verschuilen achter de term ‘roman’ (lees: ‘fictie’) om het racisme in zijn boek te minimaliseren. Want dat is er overduidelijk: de miljoenenmassa op de vloot is consequent en op alle vlakken de vijand. De immigranten worden bij voortduring voorgesteld als vuile dierlijke wezens, zielloze coprofagen en gezichtsloze seksmaniakken, die een afschuwelijke stank verspreiden, geen beschaving kennen en maar één kracht hebben: hun aantal.

Dat De ontscheping een xenofoob delirium is, kan en mag zijn publicatie echter niet in de weg staan. Bij de literaire waardering van een racistisch werk tellen ook andere elementen mee. Bij Louis-Ferdinand Céline is dat bijvoorbeeld zijn grensverleggende techniek, of bij Knut Hamsun zijn grandioze, lyrische stijl. Ook De ontscheping heeft literaire kwaliteiten. Raspail is een begenadigd verteller en weet de aandacht van de lezer vast te houden. De bij momenten cartooneske sfeer doet denken aan de grote jongensromans van Karel Čapek of H.G. Wells, de woede en de haat aan de tirades van Céline. In ‘Big Other’ gaat Raspail er prat op dat zijn roman de eenheid van handeling, tijd en plaats respecteert. In een verhaal dat zich afspeelt in vierentwintig uur goochelt hij vakkundig met flashbacks en flashforwards, voert hij gestadig de spanning op en zet de beperkingen van de klassieke eenheid naar zijn hand. Anderzijds is Raspail geen groot stilist: zijn zinnen zijn vaak hoogdravend en weinig subtiel, zijn taalgebruik is gezwollen, scabreus en scatologisch. De ontscheping is duidelijk een vehikel voor zijn ‘Big Other’-standpunten. De schijnbaar emotieloze alwetende verteller neemt vele rollen aan (historicus, reporter, commentator of profeet), maar de ontwikkeling van de personages is weinig diepgaand, de dialogen zijn gekunsteld en de ellenlange monologen zijn een soort van stream of consciousness maar dan in de derde persoon. Het grootste manco is naar mijn gevoel de overdosis ‘bouffonnerie’ of kluchtigheid. Aan het eind gaat Raspail helemaal over de rooie. Wat in het begin nog grappig was, is nu ludiek en ongeloofwaardig. Het boek maakt indruk door zijn intensiteit maar kan niet overtuigen door deze overmaat aan farce. Met meer terughoudendheid, matigheid en afstand was De ontscheping nog angstaanjagender geweest.

Gebrekkige uitgave en vertaling

In ‘Big Other’ vermeldt Raspail, wanneer hij de vertalingen van zijn roman opsomt, abusievelijk het bestaan van een Nederlandse vertaling. Zoals gezegd, die kwam er pas in mei 2015 onder de titel Het legerkamp der heiligen, maar in het midden van de jaren tachtig was er voor het eerst interesse, zo blijkt uit een column van Ger Groot in Trouw. Groot beschrijft hoe hij in die periode een negatief leesrapport over Le camp des saints aan een niet nader genoemde uitgever bezorgde. Hoewel het boek hem tegen de borst stuitte, erkende Groot het profetische karakter, maar hekelde de gebrekkige literaire kwaliteiten (‘de subtiliteit en karakterdiepte van de SAS-thrillers van Gérard de Villiers’). Vlaams Belang-uitgeverij Egmont zag er geen graten in en kocht de vertaalrechten voor duizend euro.

Uitgever Filip De Man, lid van het partijbestuur van Vlaams Belang en oud-volksvertegenwoordiger, probeert op de achterflap (klik op de cover) van de editie uit 2015 lezers te werven voor dit ‘standaardwerk van de rechterzijde’ dat bij ‘links hysterische reacties oproept’:

[Raspails] waarschuwing voor de dreigende demografische tsunami vanuit de onderontwikkelde [sic] landen bevalt de multiculturele utopisten niet. […] Als de Europeanen niet dringend handelen wordt ons continent inderdaad overspoeld door politieke vluchtelingen, economische vluchtelingen, AIDS-vluchtelingen en straks ook nog milieu- en klimaatvluchtelingen.

Deze ronduit racistische flaptekst is niet te lezen op het infogedeelte wanneer je het ISBN-nummer ingeeft op twee grote internetboekhandels die ik bezocht, waar deze editie nog vlot leverbaar is en als voorradig staat gemarkeerd. Behalve in ‘gespecialiseerde’, of liever gelijkgestemde, media kreeg de Egmont-uitgave weinig of geen aandacht. Vertaler Jef Elbers besprak het boek in het ledenblad van de partij in juni 2015.

Een jaar later komt diezelfde vertaling uit bij ‘de snelstgroeiende cultuitgeverij van Nederland’ De Blauwe Tijger. De titel wordt gewijzigd in het minder Bijbelse, meer wereldse De ontscheping. De redactie van de reeks ‘Klassiek’ is in handen van Boudewijn van Houten, een auteur die bekendstaat om zijn rechtse sympathieën. De Blauwe Tijger brengt onder meer het werk uit van de zelfverklaarde islamcriticus Wim van Rooy (hij zou de woordvoerder van Pegida gaan worden maar haakte af, zijn zoon Sam is actief bij Vlaams Belang).

Ik kocht een paar weken terug de tweede druk (december 2016) van De ontscheping voor 23,5 euro. Deze uitgave is op zijn minst slordig te noemen. Het wémelt van de ergerlijke typo’s en taalfouten: vergeten spaties, ontbrekende woorden, verkeerd vervoegde werkwoorden, spelfouten, verwarrende interpunctie, et cetera. Als klap op de vuurpijl eindigt ‘Hoofdstuk VIII’ op pagina 57 en start op pagina 59 ‘Hoofdstuk X’. Waar is ‘Hoofdstuk IX’ gebleven? Ik nam de Franse editie uit 2011 erbij: na wat zoekwerk bleek dat het verdwenen hoofdstuk meteen na het achtste was geplakt, zonder nieuwe hoofdstuktitel. In het korte ‘Woord vooraf’ meldt Elbers dat hij zich baseerde op de editie van 1985. Waarom precies deze editie komen we niet te weten. Hij citeert een korte passage uit het voorwoord dat Raspail toen schreef. Helaas werd dit voorwoord niet integraal opgenomen in de vertaalde editie, noch ‘Big Other’, noch de index met de inbreuken op de antiracismewetgeving.

Hoe dan ook, de vertaling doet verouderd aan, bijna op het barokke af. Elbers – voor wie, voor zover ik kon terugvinden, De ontscheping zijn eerste literaire vertaling is – dekt zich in en schermt negatieve reacties preventief af door te stellen dat hij ‘de rijke stijl’ van Raspail ‘met zijn homerische beeldspraak’ en ‘onconventionele zinsbouw’ zo ‘nauwgezet mogelijk’ heeft proberen te volgen. De taal van Raspail is inderdaad bloemrijk, maar dat ‘nauwgezet’ moeten we met een korrel zout nemen. Elbers permitteert zich namelijk heel wat vrijheden. Ik deed een aantal steekproeven en legde enkele eenvoudige zinnen uit de Franse editie van 2011 naast Elbers’ vertaling. Een paar voorbeelden, toevallig telkens de openingszin van een hoofdstuk. Uit hoofdstuk 8: ‘Le sourire de Ballan avait accompli un miracle’ wordt bij Elbers ‘Ballans knipoog veroorzaakte een mirakel.’ Een glimlach is geen knipoog. Hoofdstuk 10 opent met: ‘Le coprophage embarqua seul, le premier.’ Dat wordt: ‘Als eerste ging de coprofaag aan boord.’ De coprofaag is niet enkel de eerste, maar ook ‘alleen’. En in hoofdstuk 11: ‘Ce jour-là et les jours qui suivirent, dans tous les ports du Gange, cent navires furent envahis de la même façon’. Elbers vertaalt dit als: ‘Die bewuste dag en de daarop volgende dagen, werden alle havens aan de Ganges op dezelfde manier ingepalmd.’ Niet de havens worden ingepalmd maar ‘cent navires’, honderd schepen. En zo kan ik nog een tijdje doorgaan.

Schwob-selectie

Op de site van Schwob wordt Elbers als volgt omschreven: ‘De Vlaamse Jef Elbers (1947) vertaalt niet alleen, hij schrijft zelf ook, zowel scenario’s, romans en kinderboeken.’ Dat is allemaal juist (zo was Elbers de scenarist van de populaire jeugdserie Merlina), maar enige nuancering is toch nodig. Elbers is ook liedjesschrijver: in 2000 moest hij zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor zijn racistische protestlied ‘Mohammed Ambras’. In 2008 verscheen bij Egmont De Poorters van Babel, het kalifaat van Knokke, zijn eigen Le camp des saints, zeg maar. In deze duidelijk op Raspails ideeënwereld gebaseerde roman, zo lezen we op de Egmont-website, landt ‘in de nieuwe Europese staat Vlaanderen’ plots een spookvliegtuig ‘met een honderdtal Arabieren en zwarte mensen aan boord’ om via een ‘ondergrondse jihad’ de oprichting van ‘een kalifaat in Knokke-Heist’ te installeren.

Hoewel er van alles schort aan de De Blauwe Tijger-editie, nam het Nederlands Letterenfonds De ontscheping op in zijn huidige Schwob-selectie. Dit betekent promotionele ondersteuning door een uitgebreid programma van lezingen, acties en leesclubs. Op basis van de literaire kwaliteit is deze selectie misschien wel te verantwoorden, maar als we kijken naar de kwaliteit van de vertaling en de twijfelachtige oorsprong van de gepromote editie al veel minder. In deze editie is bovendien ‘Big Other’ niet opgenomen, nochtans een essentiële tekst om De ontscheping ideologisch te plaatsen. Net omdat een ideologisch kader ontbreekt, kan Elbers bijvoorbeeld probleemloos als ‘auteur’ en ‘scenarist’ omschreven worden, zonder dat iemand zich daar vragen bij zal stellen. Door een behoorlijk ‘foute’ uitgave te ondersteunen zonder de noodzakelijke contextualisering, biedt Schwob onrechtstreeks een platform aan extreemrechts.


Verschenen op: De Reactor, 3 maart 2017

De ontscheping van Jean Raspail, De Blauwe Tijger 2016, vert. door Jef Elbers, ISBN 9789492161079, 392 pp.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s