Het wilde denken van A.H.J. Dautzenberg

9200000114277911Polemist, provocateur en querulant: A.H.J. Dautzenberg is het allemaal, maar deze veelschrijver is ook de schepper van een oeuvre dat zijn gelijke niet kent in de Nederlandstalige literatuur. Met sardonisch genoegen zet hij de lezer voortdurend op het verkeerde been.

[fragmenten]

[…] De econoom en taal- en letterkundige Antonius Hedwig Jozef “Anton” Dautzenberg (Heerlen, 1967) debuteerde in 2010 met de verhalenbundel Vogels met zwarte poten kun je niet vreten. Sindsdien is hij een vaste waarde en een regelmatig in de media opduikende BN’er. Hij schreef in tien jaar tijd meer dan twintig boeken: romans, verhalen, essays, gedichten en toneel. Op de valreep van 2019 verscheen Geestman, een experimentele roman van het soort dat tegenwoordig te weinig te lezen valt. P.F. Thomèse noemde elke publicatie van de Limburger “een baksteen door de glanzende etalageruit van de Nederlandse winkel vol tevredenheid”.

[…] Dat elke nieuwe Dautzenberg hoe dan ook stof doet opwaaien, heeft veel te maken met zijn extraliteraire interventies, acties die hem niet altijd in dank worden afgenomen. Zo blies hij de literaire hoax nieuw leven in door gefingeerde interviews te publiceren, doneerde hij een nier aan een onbekende en werd hij lid van de vereniging Martijn om de heksenjacht op pedofielen aan te klagen.

[…] [Zijn] engagement komt niet uit de lucht vallen. Dautzenberg lijdt naar eigen zeggen aan een Messiascomplex: hij kan niet anders dan het opnemen voor de underdog, de onderdrukten van deze wereld.

[…] Gezien de felheid van zijn doorgaans gegronde en goed onderbouwde aanvallen, belandt Dautzenberg vaak in het oog van de storm en krijgt hij veelal de wind van voren. Kijk je echter voorbij al die ongerichte mediaruis en richt je je op zijn literaire productie, dan kun je alleen maar besluiten dat zijn oeuvre er stáát én dat het op dit moment zijn gelijke niet kent in onze letterkunde. “A.H.J. Dautzenberg” een merk noemen is een brug te ver, maar je kunt hem wel degelijk omschrijven als een eenmansschrijversgilde. Wie Dautzenbergs productie wil bijbenen, moet bij de pinken zijn: hij schrijft met een verbazingwekkend gemak en publiceert, zo lijkt het wel, aan de lopende band.

[…] Vaak wordt over het hoofd gezien dat Dautzenberg ook een theaterman pur sang is. […] Dat Dautzenberg van vele markten thuis is, bewijst hij ook door genreoverschrijdend te werken.

[…] In de beste traditie van het literaire experiment vindt Dautzenberg wanneer nodig gewoon een genre uit.

[…] “Critici verwijten mij dat ik in mijn werk geen onderscheid maak tussen fictie en werkelijkheid, en laat dat nu net mijn hoofdthema zijn: de ‘werkelijkheid’ onderzoeken door haar te duiden, te manipuleren, te transponeren, te vermenigvuldigen of te negeren (…).” Dat schrijft Dautzenberg in het voorwoord van zijn pamflet Rafelranden van de moraal (2013), een felle aanklacht tegen de “Nieuwe Braafheid”, waarin de schrijver probeert aan te tonen hoe verworvenheden als tolerantie en vrijheid van meningsuiting bedreigd worden.

[…] Dautzenberg neemt graag een loopje met de werkelijkheid en zet de lezer met sardonisch genoegen op het verkeerde been. Bij hem moet je altijd op je hoede zijn, want voor deze auteur dient een schrijver te fabuleren.

[…] Dé apotheose van Dautzenbergs autobiografische proza is het bijzonder goed onthaalde dagboek Ik bestaat uit twee letters (2018), dat in de reeks Privé-domein verscheen. Dautzenberg schreef het in de aanloop naar zijn vijftigste verjaardag. Niet eerder gaf de auteur zich zo bloot: hij schrijft honderduit over zijn huwelijk, zijn zeventien jaar durende verslaving aan antidepressiva, zijn moeilijke relatie met zijn tweelingbroer, zijn emotieloze opvoeding en jeugd (zie “Indianen huilen niet”, een uitspraak van de vader uit Extra tijd), het Reve-schrijn in zijn “gloppenhol” in Tilburg-Noord, het NSB-verleden van zijn grootouders en de nasleep van zijn buitenliteraire acties zoals Martijn en de nierkwestie.

[…] Geestman is geen treinroman geworden maar een “reis im Kopf”, ver voorbij de poorten van het onderbewustzijn. Een man ontvangt via een internetdate een vrouw bij hem thuis. De man klimt in paniek uit het raam en ontmoet een vogeltje dat hem aanmoedigt in een regenplas te duiken: de start van een “groot vallen” in de trant van Alice in Wonderland en Jean Cocteau. Plots verandert de binnenwereld van de man in “een gebroken spiegel” en neemt de auteur van het dagboek Ik bestaat uit twee letters het over: de vertelling over de man wordt vervangen door dagboeknotities, een soort vervolg op Dautzenbergs journaal uit 2018, maar nu over de huwelijkscrisis waarin de auteur zich momenteel lijkt te bevinden. De binnen-­ en buitenwereld van de man annex auteur vallen steeds meer samen.

De speelse manier waarop Dautzenberg in Geestman met zijn eigen oeuvre omgaat, is kenmerkend voor een auteur die voortdurend zijn eigen werk bevraagt door er eindeloos creatief mee om te springen. Met Geestman – een indrukwekkend eerbetoon aan de kracht van de verbeelding en het wilde denken – houdt Dautzenberg zijn lezerspubliek scherp en blijft hij verrassen. In zijn volgende werk zal hij dat ongetwijfeld opnieuw doen. Wie weet wordt het deze keer dan toch het fameuze Zugkammerspiel?


Verschenen op: De Lage Landen (volledige tekst achter betaalmuur) en op papier in Ons Erfdeel, 17 februari 2020

De boeken van A.H.J Dautzenberg verschijnen bij Atlas Contact, Pluim en diverse kleinere uitgeverijen

www.ahjdautzenberg.nl

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s