‘Hoe heette de hoedenmaker?’ van Loekie Zvonik: lied van liefde en dood

tumblr_inline_pf1jlobhif1s0xvfa_540

Begin dit jaar lanceerde uitgeverij Cossee een heruitgave van Hoe heette de hoedenmaker van Loekie Zvonik (1935-2000), een knappe en aangrijpende roman met enige cultstatus die voor het eerst verscheen in 1975. Hoewel het boek in die tijd erg positief onthaald werd, een jaar later zelfs de gegeerde debuutprijs van de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen (VBVB) in de wacht sleepte en ondanks enkele herdrukken (de laatste in 1994), raakte Hoe heette de hoedenmaker? in de vergetelheid. Dat deze in de Vlaamse letteren unieke sleutelroman nu een tweede leven kreeg, is te danken aan het enthousiasme en de inspanningen van literair criticus Wout Vlaeminck (1989), die niet alleen het werk van jonge debutanten met veel belangstelling volgt, maar het ook opneemt voor sinds decennia vergeten auteurs.

Lees verder ‘Hoe heette de hoedenmaker?’ van Loekie Zvonik: lied van liefde en dood

‘Cocaïne’ van Aleksandr Skorobogatov: de incompatibiliteit van de Russische schrijver

tumblr_inline_pekql9BLev1s0xvfa_540

In mijn bibliotheek staan tegenwoordig drie romans met de titel Cocaïne. In de twee oudste — uitmuntend baldadige boeken van Pitigrilli en Agejev, respectievelijk verschenen in 1920 en 1934 — vliegen de lijnen coke je rond de oren. In de derde, de meest recente roman van Alexsandr Skorobogatov, is er op de in het oog springende titel na nergens sprake van het ‘Bolivian Marching Powder’, om het met Jay McInerney te zeggen. Nee, hier is het boek zélf de trip. Dit buitensporig loflied op het kunstenaarschap tast in een onophoudelijke, prettig gestoorde stroom hallucinaties de grenzen van de verbeelding én van het Russisch absurdisme af. Lees verder ‘Cocaïne’ van Aleksandr Skorobogatov: de incompatibiliteit van de Russische schrijver

‘Zakelijk bericht over het geluk een morfinist te zijn’ van Hans Fallada: de zenuw van de tijd doorprikt

tumblr_inline_pejdxtEmP71s0xvfa_540

Ik ben overal, ik ben alles, alleen ik ben de wereld en God ineen. Ik schep en ik vergeet en alles vergaat. O zingend bloed. Dring nog dieper tot me door, vriendin, breng me in nog wildere verrukking.

Zo omschrijft Hans Fallada (1893-1947) zijn grenzeloze liefde voor morfine, of ‘benzine’ zoals junks het extreem verslavende actieve bestanddeel van opium in hun straatlingo noemden. Een leven lang worstelde Fallada met zijn allesverterende verslaving aan alcohol en drugs. Lees verder ‘Zakelijk bericht over het geluk een morfinist te zijn’ van Hans Fallada: de zenuw van de tijd doorprikt