‘Niemand zal ontkennen dat ik uw Aardbol aan mijn pink draag’ en ‘Harmoniewereld’ van Velimir Chlebnikov: de geniale woorden van de Voorzitter van de Wereldbol en de Koning van de Tijd

9789061434450Uitgeverij Pegasus heeft met Niemand zal ontkennen dat ik uw Aardbol aan mijn pink draag en Harmoniewereld— beide van de Russische futurist Velimir Chlebnikov (1885-1922) — twee buitengewone delen toegevoegd aan haar OOST!-reeks, een aantrekkelijke serie waarin Oost- en Midden-Europese literatuur voor het eerst in Nederlandse vertaling verschijnt. In deel 5 zijn korte stukken verhalend proza verzameld, in deel 6 een mooie selectie langere gedichten. Chlebnikov, ongetwijfeld een van de origineelste schrijvers uit de gehele wereldliteratuur, voelde zich binnen alle genres als een vis in het water, ook binnen de genres die hij zelf had uitgevonden. Zijn werk lezen, of het nu poëzie of proza betreft, is hoe dan ook een machtige belevenis.

Lees verder ‘Niemand zal ontkennen dat ik uw Aardbol aan mijn pink draag’ en ‘Harmoniewereld’ van Velimir Chlebnikov: de geniale woorden van de Voorzitter van de Wereldbol en de Koning van de Tijd

‘Brieven’ van Bruno Schulz: correspondentie als totale maskerade

tumblr_inline_pekv3dy0Lh1s0xvfa_540

Deel achtentwintig in de prijzenswaardige reeks ‘Slavische cahiers’, een gezamenlijk initiatief van de Stichting Slavische Literatuur en uitgeverij Pegasus, publiceert voor het eerst in Nederlandse vertaling een fraaie selectie van de brieven van de Poolse schrijver, schilder en graficus Bruno Schulz (1892-1942). Het merendeel van Schulz’ briefwisseling ging verloren in de maalstroom van het turbulente tijdsgewricht waarin ze werd opgesteld, verstuurd en gelezen. Door de overrompelende pracht en grootsheid van het deel dat wél werd overgeleverd, kan de waarde van dat verlies pas goed worden ingeschat. De correspondentie, die zowel biografisch als literair-historisch van groot belang is, biedt een unieke kijk op een oeuvre dat nog steeds zijn gelijke niet kent. Lees verder ‘Brieven’ van Bruno Schulz: correspondentie als totale maskerade