‘De vulkaan’ van Klaus Mann: dolende zielen en reddende engelen

tumblr_inline_pg6dewykkh1s0xvfa_540

In de zomer van 1939, een paar weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, verscheen bij de Amsterdamse uitgeverij Querido De vulkaan. Roman onder emigranten van Klaus Mann (1906-1949), een van de bekendste en belangrijkste romans uit de Duitse Exilliteratuur. De roman gaf een panoramisch beeld van de exilervaring in de jaren ‘30, maar werd overstemd door het geweld van de oorlog en raakte in de vergetelheid. Pas in 1956 kwam het boek opnieuw uit bij het Duitse Fischer Verlag, zij het in een op veel punten ingrijpende redactie van Manns oudere zuster Erika. Meer dan tachtig jaar na de eerste publicatie stelt Querido orde op zaken en pakt uit met een primeur: Manns zevende en laatste roman is nu voor het eerst beschikbaar in een uitmuntende Nederlandse vertaling door Nijhoffprijs-laureate Ria van Hengel, die zich bovendien baseerde op de oorspronkelijke Amsterdamse uitgave.

Lees verder ‘De vulkaan’ van Klaus Mann: dolende zielen en reddende engelen

‘Niets te vieren’ van Pjeroo Roobjee

tumblr_inline_pehhhfTOQF1s0xvfa_540

We steken de taalgrens over en zakken af naar Ellezelles, een door een onverschillige goddelijkheid tegen de heuvels tussen Vlaanderen en Wallonië geplakte gemeente van 5.000 inwoners, en sinds 20 jaar de woon- en werkplaats van schrijver-schavuit Pjeroo Roobjee. Beroemd is de jaarlijkse heksensabbath van Ellezelles, of Elzele zoals sommigen zeggen, naargelang aan welke kant van de heuvel ze staan, en in het verlengde daarvan, de ‘Sentier de l’étrange’, een 7 kilometer lange wandelroute met onderweg tientallen sculpturen van de lokale excentriekeling Jacques Vandewattyne. Deze folklorist  zou ook de Hercule Poirot-mythe in het leven hebben geroepen: inderdaad, de bekende detective en liefhebber van de grijze hersencellen is hier geboren. Dat Poirot een fictief personage is kan niemand hier deren. Ten bewijze: een geboorteakte en een door Vandewattyne gemaakt standbeeldje, dat vlakbij het dorpsplein op de hoek van een huis hangt. Klim je iets verder de heuvel op, de bossen in, dan kom je terecht bij de Roobjees. We worden zeer hartelijk ontvangen en werkelijk alles zit mee: de winterzon werpt een prachtig licht over de groene vallei, de kwispelende hond verwelkomt ons met vrolijk geblaf en de zwarte kat ligt te soezen op de oprit. Op de thee, bij Pjeroo Roobjee. Lees verder ‘Niets te vieren’ van Pjeroo Roobjee