‘De vogels’ van Tarjei Vesaas: een Tiresias uit het Hoge Noorden

tumblr_inline_pf1nvkxhqz1s0xvfa_540

‘De beste Noorse roman ooit geschreven’, zo omschrijft Karl Ove Knausgård De vogels (1957) van Tarjei Vesaas. De gevierde auteur van de Mijn strijd-cyclus rekent deze persoonlijke favoriet zelfs tot de grote klassiekers uit de wereldliteratuur van de vorige eeuw. En dat mag niet verwonderen. In een sobere stijl vertelt Knausgårds landgenoot Vesaas het universeel, symbolisch geladen verhaal van een zwakbegaafde broer en zijn oudere zus die na de dood van hun ouders op elkaar zijn aangewezen. In de vervallen familieboerderij aan een meer omringd door eindeloze bossen leiden zij een geïsoleerd bestaan en proberen het hoofd boven water te houden. Hun routine wordt doorbroken door de plotse komst van een eigengereide houthakker. Een feilloze roman over de grenzen van de verbeelding, de onvoorspelbare kracht van de natuur en de ontoereikendheid van de taal.

Lees verder ‘De vogels’ van Tarjei Vesaas: een Tiresias uit het Hoge Noorden

‘Gargantua en Pantagruel’ van François Rabelais: pantagruwelen voor vermaarde drinkebroers en dierbare sieflijders

tumblr_inline_pf1mkovlcb1s0xvfa_540

Uitgeverij IJzer etaleert én epateert met een doorluchtige heruitgave van de beroemde romancyclus Gargantua en Pantagruel van François Rabelais (1494-1553). De bejubelde vertaling van Hannie Vermeer-Pardoen, die in de tweede helft van de jaren ‘90 in drie boekdelen verscheen bij Van Gennep, werd voor de gelegenheid geheel herzien en in een oogverblindende publicatie gegoten. De integrale tekst zit vervat in één flink uit de kluiten gewassen band, een pil van bijna 900 bladzijden. De grote vormelijke dimensies houden gelijke tred met de inhoud: Rabelais vertelt immers het leven van de reuzen Gargantua en Pantagruel en neemt vanuit een humanistisch ideaal onverbloemd de Franse samenleving, de Kerk en de politiek op de korrel. Een nieuwe generatie ‘vermaarde drinkebroers’ en ‘dierbare sieflijders’ — aan wie deze ‘Pantagruwelijke kroniek’ is opdragen — kan nu eindelijk weer zijn hart ophalen aan dit satirisch en scabreus meesterwerk uit de middeleeuwen. Lees verder ‘Gargantua en Pantagruel’ van François Rabelais: pantagruwelen voor vermaarde drinkebroers en dierbare sieflijders

‘Hoe heette de hoedenmaker?’ van Loekie Zvonik: lied van liefde en dood

tumblr_inline_pf1jlobhif1s0xvfa_540

Begin dit jaar lanceerde uitgeverij Cossee een heruitgave van Hoe heette de hoedenmaker van Loekie Zvonik (1935-2000), een knappe en aangrijpende roman met enige cultstatus die voor het eerst verscheen in 1975. Hoewel het boek in die tijd erg positief onthaald werd, een jaar later zelfs de gegeerde debuutprijs van de Vereniging ter Bevordering van het Vlaamse Boekwezen (VBVB) in de wacht sleepte en ondanks enkele herdrukken (de laatste in 1994), raakte Hoe heette de hoedenmaker? in de vergetelheid. Dat deze in de Vlaamse letteren unieke sleutelroman nu een tweede leven kreeg, is te danken aan het enthousiasme en de inspanningen van literair criticus Wout Vlaeminck (1989), die niet alleen het werk van jonge debutanten met veel belangstelling volgt, maar het ook opneemt voor sinds decennia vergeten auteurs.

Lees verder ‘Hoe heette de hoedenmaker?’ van Loekie Zvonik: lied van liefde en dood

‘Het zakboekje van het pijnboombos’ van Francis Ponge: de grootse poëzie van een anti-poëtica

tumblr_inline_pf1ivlnmxl1s0xvfa_540

Francis Ponge (1899-1988) schreef met Het zakboekje van het pijnboombos (1947) een van de meest fascinerende teksten binnen zijn omvangrijk en veelzijdig oeuvre. Het is een soort logboek, ‘onderweg naar een gedicht’, waarin Ponge zijn moeizame arbeid om het wezen van een pijnboombos in poëzie te vatten minutieus uit de doeken doet. Zijn ambitie is groot: hij wil de essentie, de crux van het bos ‘uit de onopgemerktheid’ halen en ‘de wereld van het woord’ binnenloodsen. Het zakboekje van het pijnboombos biedt een unieke inkijk in het creatieve schrijfproces van de man die met tegenzin bekend stond als ‘de dichter van de dingen’.

Lees verder ‘Het zakboekje van het pijnboombos’ van Francis Ponge: de grootse poëzie van een anti-poëtica

‘Spoken in Moskou’ van Joseph Roth: ‘Ik teken het gezicht van de tijd’

tumblr_inline_pf1hx6s3tz1s0xvfa_540

De joods-Oostenrijkse auteur Joseph Roth (1894-1939) was niet alleen een vermaard literator, maar ook erg geliefd en populair als reporter. Roth was geen doordeweekse verslaggever, verre van. Hij was naar eigen zeggen een schrijver én journalist: ‘Ik teken het gezicht van de tijd’, schreef hij in een brief aan zijn Duitse redacteur. In Spoken in Moskou, een nieuw deel met journalistiek werk, brengt Roth verslag uit van zijn bewogen reis in 1926 doorheen de prille Sovjet-Unie. Aan de hand van reportages, brieven en dagboeknotities doorprikt hij in zijn onvolprezen stijl de droom van het sociale Sovjet-experiment en toont hoe oude en nieuwe fantomen het Rusland van na de Oktoberrevolutie parten bleef spelen.

Lees verder ‘Spoken in Moskou’ van Joseph Roth: ‘Ik teken het gezicht van de tijd’

‘Vrouwen’ van Mihail Sebastian: de gevoelens van een ontnuchterde estheet

tumblr_inline_pf009uieak1s0xvfa_540

Vrouwen (1933) is het eerste in het Nederlands vertaalde fictiewerk van Mihail Sebastian (1907-1945), een van de succesvolste en belangrijkste Roemeense schrijvers uit het interbellum. Wie beter dan Jan H. Mysjkin — die eerder naast veel andere Roemeense literatuur het werk van Sebastians tijd- en landgenoot Max Blecher in ons taalgebied introduceerde— kon deze bundeling met vier verhalen rond de genadeloze rokkenjager en flierefluiter Ştefan Valeriu vertalen? Vrouwen spreekt aan door de uit het leven gegrepen dialogen, de sfeervolle observaties en de voor die tijd gewaagde sensualiteit. Lees verder ‘Vrouwen’ van Mihail Sebastian: de gevoelens van een ontnuchterde estheet

‘Ik bestaat uit twee letters’ van A.H.J. Dautzenberg: een apologie van het ik

tumblr_inline_pf00tjriu61s0xvfa_540

Wie wordt er nu met plezier vijftig? A.H.J Dautzenberg (1967) alvast niet, hoewel de even bejubelde als verguisde auteur
uit Tilburg naar eigen zeggen sowieso nooit zijn verjaardag viert: ‘Gefeliciteerd worden met iets waar ik niets voor heb moeten doen, dat beviel en bevalt me niet.’ Maar die halve eeuw is toch iets bijzonders en daarom houdt hij rigoureus een dagboek bij van zijn ‘jaar van Abraham’. Al was het maar om het illusieloos verzet tegen het ouder worden te onderhouden, het onafwendbare dan toch maar enigszins te bedwingen. Het resultaat is een onverbiddelijk, openhartig en veelzijdig egodocument dat een nietsontziend zelfonderzoek koppelt aan een diepgaande zoektocht naar loutering en een voor altijd verloren gewaande jeugd. Met de scherpzinnigheid, het engagement en de klare taal die zijn eerder proza kenmerken neemt Dautzenberg in Ik bestaat uit twee letters de maat van het dagboekgenre.

Lees verder ‘Ik bestaat uit twee letters’ van A.H.J. Dautzenberg: een apologie van het ik

‘Ik wordt’ van Harry Vaandrager: de wereld gaat ten onder aan ongebreideld geprevel

tumblr_inline_pezz7nv3501s0xvfa_540

De prijs voor de opvallendste titel van het literair jaar gaat nu al naar Ik wordt, de nieuwste roman van Harry Vaandrager (1955). De in het oog springende spelfout vestigt niet alleen de aandacht op waar het in dit boek om draait — het ‘ik’ in een narcistisch tijdperk — maar is meteen ook een voorbode van het onvergelijkelijk taalfestijn dat losbarst eenmaal je het boek nietsvermoedend openslaat.  Lees verder ‘Ik wordt’ van Harry Vaandrager: de wereld gaat ten onder aan ongebreideld geprevel

‘Terug naar Reims’ van Didier Eribon: zelfonderzoek met een dubbel vonnis

tumblr_inline_pezywm89xc1s0xvfa_540

Wanneer zijn vader na een slepende ziekte overlijdt, keert de Franse socioloog en filosoof Didier Eribon (1953) na ruim dertig jaar terug naar Muizon, een semistedelijke gemeente op twaalf kilometer van zijn geboortestad Reims. Hij ontvluchtte als prille homoseksueel deze provinciestad in het noordoosten van Frankrijk om te gaan studeren in Parijs. Vanaf dan verbrak hij alle banden met zijn familie en ontpopte zich in de hoofdstad tot linkse intellectueel.

In Terug naar Reims, een boeiende sociologische en politieke studie vermomd als biografisch zelfonderzoek, beslist Eribon niet opnieuw te vluchten, maar in het verleden te duiken, op zoek naar manifeste antwoorden. Zo wil hij begrijpen hoe het komt dat zijn familie niet langer links stemt, maar al jaren openlijk kiest voor het Front National. Hij stelt zichzelf als ‘klassemigrant’ in vraag, ontleedt zijn sociale identiteit en die van het arbeidersmilieu waarin hij opgroeide.

Lees verder ‘Terug naar Reims’ van Didier Eribon: zelfonderzoek met een dubbel vonnis

‘Het jachtgeweer’ van Yasushi Inoue: de grootste Japanse schrijver waar je nog nooit van hoorde

tumblr_inline_pezvfmtz6w1s0xvfa_540

In Japan is Yasushi Inoue (1907-1991) een klinkende naam, maar in ons taalgebied is hij nog een nobele onbekende. Uitgeverij Bananafish is er duidelijk op gebrand hierin dit jaar verandering te brengen. Een eerste stap in die richting is de publicatie van Inoue’s literaire debuut Het jachtgeweer (1949), een ingenieus gecomponeerde novelle over een noodlottige liefdesdriehoek. Einde mei verschijnt dan weer Stierensumo (1950), waarvoor Inoue toentertijd de prestigieuze Akutagawa-prijs in de wacht sleepte, tot op vandaag Japans meest gegeerde literaire onderscheiding. Lees verder ‘Het jachtgeweer’ van Yasushi Inoue: de grootste Japanse schrijver waar je nog nooit van hoorde